ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ8898
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.G. Ellerbroek
- R.G. Kemmers
- N.J.M. Tijhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders
Appellant heeft bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder, welke klacht kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard door de voorzitter van de kamer. Appellant kwam hiertegen in verzet, maar de kamer verklaarde dit verzet ongegrond. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in tegen deze beslissing van de kamer.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat op grond van artikel 45 lid 1 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen een beslissing van de kamer op een klacht in beginsel hoger beroep openstaat. Echter, artikel 39 lid 4 van Pro die wet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op verzet geen rechtsmiddel openstaat. Omdat appellant hoger beroep instelde tegen een beslissing van de kamer op verzet, is hij niet-ontvankelijk.
De kamer had het verzet ongegrond verklaard omdat appellant zijn klacht over de ontruiming van 1997 pas na ruim zes jaar had ingediend, wat niet binnen een redelijke termijn was. Daarnaast was de inhoud van de klacht reeds bekend en was de handeling van de gerechtsdeurwaarder volgens vaste rechtspraak rechtmatig. Het hof heeft de gronden van appellant niet ontvankelijk verklaard en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.