ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ8912
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Van de Merwe
- Hamer
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete loonbelasting wegens voorwaardelijke opzet en slechte interne organisatie
Belanghebbende, een BV, werd geconfronteerd met een vergrijpboete van 50% (€281.935) opgelegd door de inspecteur wegens het niet indienen van loonbelastingaangiften en het niet afdragen van loonheffing over de periode van oktober 2000 tot en met december 2001. De inspecteur stelde dat sprake was van opzet, mede gebaseerd op een e-mailbericht, verklaringen van adviseurs en het feit dat belanghebbende wel omzetbelastingaangiften had ingediend.
Tijdens het boekenonderzoek bleek dat de salarisadministratie werd aangestuurd vanuit het Verenigd Koninkrijk en dat de communicatie binnen het internationale concern gebrekkig was. Belanghebbende hield wel loonheffing in, maar droeg deze niet af. De rechtbank stelde vast dat er geen aangiften loonbelasting waren ingediend en dat de naheffingsaanslagen te laag waren vastgesteld.
Het Hof oordeelde dat er sprake was van (voorwaardelijke) opzet, omdat belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat loonheffing niet werd afgedragen. Tegelijkertijd vond het Hof dat de slechte interne organisatie, faillissementen binnen het concern en onduidelijke verantwoordelijkheden een rol speelden, waardoor het niet aannemelijk was dat belanghebbende zich bewust aan haar fiscale verplichtingen onttrok.
Daarom werd de boete gematigd tot €150.000. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur vernietigd voor zover deze betrekking had op de boete.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd tot €150.000 wegens voorwaardelijke opzet en organisatorische tekortkomingen.