ECLI:NL:GHAMS:2004:AR0019
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Clement
- Voncken
- Driessen-Poortvliet
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en uitsluiting schenking moeder
Partijen zijn in 1985 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2003 gescheiden. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap stond centraal in dit hoger beroep. De man ontkende dat een schenking van zijn moeder aan hem, vermeld als "schenking 2001 privé" op bankafschriften, tot de gemeenschap behoorde. Hij beriep zich op een uitsluitingsclausule en de intentie van zijn moeder.
Het hof stelde vast dat de toevoeging bij de overboeking een schriftelijke mededeling van de schenker was, die de intentie uitdrukte dat de schenking buiten de gemeenschap viel. De moeder bevestigde dit ook in een beëdigde verklaring. De vrouw stelde dat op grond van redelijkheid en billijkheid de schenking toch in de gemeenschap moest worden betrokken, omdat partijen dat in het verleden zo deden.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de schenking niet in de gemeenschap viel. Ook het saldo van de Franse bankrekening van de man behoorde niet tot de verdeling omdat dit reeds was verrekend. De rechtbankbeschikking werd gedeeltelijk vernietigd en de verdeling werd vastgesteld conform het concept echtscheidingsconvenant, waarbij de vrouw een bedrag van € 2.616,25 aan de man dient te betalen.
Uitkomst: De schenking van de moeder valt buiten de gemeenschap en de verdeling wordt vastgesteld conform het concept echtscheidingsconvenant met een betaling van € 2.616,25 door de vrouw aan de man.