ECLI:NL:GHAMS:2004:AR1862
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Zandwijk-Hillebrands
- Driessen-Poortvliet
- Gräler
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatie wegens samenleven als gehuwd van ex-echtgenote met partner
Partijen zijn in 1998 gehuwd en gescheiden in 2002, waarbij de man alimentatie aan de vrouw moest betalen. De man verzocht de alimentatie te beëindigen omdat de vrouw samenwoonde met haar partner als waren zij gehuwd.
Het hof onderzocht of sprake was van een affectieve relatie van duurzame aard met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. De vrouw erkende een affectieve relatie, maar ontkende samenwoning als gehuwd. Het hof oordeelde dat de partner vooral bij de vrouw verbleef, dat de kamer van de partner bij haar nicht geen zelfstandige woonruimte was, en dat de partner financieel niet voldoende bijdroeg aan de huishouding.
Het hof concludeerde dat de vrouw en haar partner samenwonen als waren zij gehuwd volgens artikel 1:160 BW Pro. Daarom werd de alimentatieverplichting van de man beëindigd met ingang van 14 juli 2004, de datum van de zitting in hoger beroep. De eerdere datum van 22 januari 2003 werd niet aanvaard omdat toen nog geen bestendige relatie was vastgesteld.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man aan de vrouw wordt beëindigd per 14 juli 2004 vanwege samenwoning als waren zij gehuwd.