ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2237
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Bijl
- M.H. Vrouwenvelder
- J. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
BPM-heffing bij invoer van gebruikte personenauto en strijd met EG-recht
Belanghebbende voerde een gebruikte Jaguar in vanuit Duitsland en betaalde BPM op basis van artikel 10 van Pro de Wet BPM, waarbij een leeftijdskorting van 72% werd toegepast. Hij maakte bezwaar tegen de BPM-heffing omdat de wet geen mogelijkheid biedt tot het leveren van tegenbewijs omtrent de werkelijke waarde van het voertuig, wat volgens hem in strijd is met artikel 90 van Pro het EG-Verdrag.
Het Hof verwijst naar het arrest Gomes Valente van het Hof van Justitie, waarin werd vastgesteld dat een forfaitaire regeling alleen is toegestaan indien deze garandeert dat de belasting niet hoger is dan die op vergelijkbare voertuigen die al in Nederland zijn geregistreerd. Het Hof constateert dat artikel 10 Wet Pro BPM niet voorziet in een tegenbewijsregeling, waardoor deze regeling in strijd is met het EG-recht.
De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat deze strijdigheid niet leidt tot nietigheid van de regeling, maar dat de rechter in deze lacune moet voorzien. Daarom wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, omdat bij de aangifte is uitgegaan van een juiste waarde en correcte berekening van de BPM.
Het Hof wijst proceskosten af en verklaart het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep tegen de BPM-heffing wordt ongegrond verklaard en de heffing blijft in stand.