ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2394
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over tarificatie en monsteronderzoek bij invoer van boter
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed op 30 september 1998 een aangifte voor het vrije verkeer van boter uit Nieuw-Zeeland onder post 0405 10 19 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief (GDT). De douane legde een uitnodiging tot betaling op voor landbouwheffing bij invoer, die later werd nagevorderd. Belanghebbende betwistte de heffing en de wijze van monsteronderzoek.
De Douanekamer oordeelde dat de geheven rechten douanerechten betroffen en dat de aanduiding als landbouwheffing een vergissing was die voor belanghebbende kenbaar was. Het beroep tegen de oorspronkelijke uitnodiging tot betaling van 1 oktober 1998 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar. Het beroep tegen de navordering van 7 januari 1999 werd gegrond verklaard.
De Douanekamer stelde vast dat de inspecteur onregelmatigheden had begaan bij de monsterneming, opslag en analyse van de botermonsters, waaronder het niet naleven van voorgeschreven temperatuurvoorschriften en afwijkingen van de internationale normen IDF50 en IDF80. Deze tekortkomingen maakten de uitslag van het monsteronderzoek onvoldoende betrouwbaar om af te wijken van de aangegeven goederencode.
De Douanekamer vernietigde de navorderingsuitnodiging van 7 januari 1999 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende terugbetaald. De uitspraak werd op 8 september 2004 gedaan door het Gerechtshof Amsterdam, Douanekamer.
Uitkomst: Het beroep tegen de oorspronkelijke betaling is niet-ontvankelijk, de navordering wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.