ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2679
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting na onjuiste belastingvrije som
Belanghebbende had over het jaar 2000 aangifte gedaan met toepassing van tariefgroep 3, waarbij een belastbaar inkomen van €64.234 werd opgegeven. Later werd vastgesteld dat bij de echtgenote een rentebestanddeel uit een levensverzekering ten onrechte niet was belast, wat leidde tot een navorderingsaanslag voor haar. Vervolgens werd aan belanghebbende zelf een navorderingsaanslag opgelegd met toepassing van tariefgroep 2.
Het geschil betrof de vraag of deze navorderingsaanslag terecht was opgelegd. Belanghebbende voerde aan dat, omdat de navorderingsaanslag bij zijn echtgenote zonder nieuw feit was vernietigd, ook zijn aanslag vernietigd moest worden. Het hof oordeelde echter dat het daadwerkelijke genoten inkomen van belang is voor de toepassing van de belastingvrije som, niet het uiteindelijk vastgestelde inkomen.
Omdat het genoten inkomen van belanghebbende hoger was dan de basisaftrek, was de belastingvrije som onjuist toegepast. Daarmee was de navorderingsaanslag terecht opgelegd. Het hof wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag.