ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2722
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Schaap
- Kruimel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tarief onroerendezaakbelasting voor zorgcentra en bejaardentehuis
Belanghebbende, eigenaar van meerdere onroerende zaken waaronder zorgcentra en een bejaardentehuis, stelde dat het lagere tarief voor woningen moest worden toegepast op haar panden. De gemeente Zaanstad had echter het hogere tarief voor niet-woningen gehanteerd. Het geschil betrof de vraag of de onroerende zaken in hoofdzaak tot woning dienen, waarbij de wettelijke norm is dat ten minste 70% van de waarde aan woondoeleinden moet worden toegekend.
Het hof stelde vast dat alleen de woonkamers van de zorgcentra volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden, maar dat deze minder dan 70% van de waarde vertegenwoordigen. De overige ruimten zijn gericht op verzorging en verpleging en kunnen niet als woningdelen worden aangemerkt. Daarom is het lagere tarief niet van toepassing op de zorgcentra. Het bejaardentehuis ‘oude stijl’ daarentegen bood vooral woonfuncties zonder overheersende verzorging, waardoor het wel als woning kwalificeert.
Verder werd het bezwaar van belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en was de aanslag van één van de panden ambtshalve verminderd. Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, verklaarde belanghebbende ontvankelijk, en paste het tarief aan voor het bejaardentehuis. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 220f van de Gemeentewet en de criteria voor het onderscheid tussen woningen en niet-woningen in het kader van de onroerendezaakbelasting, met name voor zorggerelateerde onroerende zaken.
Uitkomst: Het hof handhaafde het hogere tarief voor zorgcentra en paste het lagere tarief toe op het bejaardentehuis, met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.