ECLI:NL:GHAMS:2004:AR3465
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Huijzer
- Ruitinga
- Los
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en afwijzing vorderingen beleggers WOL tegen ABN AMRO wegens onvoldoende specificatie en niet-misleidend prospectus
In deze zaak hebben Stichting Lipstick Effect (SLE) en vier individuele beleggers ABN AMRO aansprakelijk gesteld voor het verlies geleden bij de beursgang van World Online International N.V. (WOL). SLE trad op namens circa 4200 beleggers, maar heeft onvoldoende concreet gemaakt voor welke beleggers zij precies optreedt, wat noodzakelijk was vanwege de parallelle groepsactie van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Hierdoor werd SLE niet-ontvankelijk verklaard.
De vier individuele beleggers stelden dat het prospectus misleidend was omdat het niet duidelijk maakte dat Nina Brink, voorzitter van WOL, al aandelen had verkocht vóór de beursgang. Het hof oordeelde dat het prospectus, inclusief een passage over de overdracht van aandelen door Brink via Kalexer II N.V., niet misleidend was voor een oplettende particuliere belegger. Ook vond het hof dat ABN AMRO niet verplicht was om op verwarrende publieke uitlatingen van Brink te reageren.
De rechtbank had eerder de vorderingen afgewezen en SLE niet-ontvankelijk verklaard; het hof vernietigde dat vonnis maar bevestigde de niet-ontvankelijkheid van SLE en wees de vorderingen van de vier beleggers af. De kosten van het principaal beroep werden aan de appellanten opgelegd, en SLE droeg de kosten van het incidenteel beroep.
Uitkomst: SLE wordt niet-ontvankelijk verklaard en de vorderingen van de vier beleggers worden afgewezen.