ECLI:NL:GHAMS:2004:AR3818
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Loon
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke afwijzing aftrek oninbare vorderingen als negatieve voordelen uit werkzaamheden
Belanghebbende vorderde in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 een bedrag van ƒ 328.000 als negatieve voordelen uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden. Deze vorderingen betroffen leningen aan Y, die zich vermeend bezighield met onroerendgoedprojecten. Na argwaan en navraag bleek Y onbekend bij het genoemde fonds en werd hij failliet verklaard, waardoor de vorderingen oninbaar bleken.
De inspecteur kwalificeerde deze verliezen als privéverliezen en weigerde de aftrek als negatieve voordelen. Belanghebbende stelde dat sprake was van een samenwerking met Y in onroerendgoedprojecten die normaal vermogensbeheer te boven gingen en dat voordeel redelijkerwijs kon worden verwacht.
Het Hof stelde dat belanghebbende de bewijslast droeg en dat uit de overgelegde documenten slechts bleek dat gelden ter leen waren verstrekt, niet dat sprake was van investeringen in een samenwerkingsverband met werkzaamheden die normaal vermogensbeheer te boven gingen. De vermeende projecten bleken niet te bestaan en Y was onbekend bij het fonds.
Daarom oordeelde het Hof dat de vorderingen niet als negatieve voordelen uit werkzaamheden konden worden aangemerkt en bevestigde de verliesbeschikking van de inspecteur. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de verliesbeschikking van de inspecteur bevestigd.