ECLI:NL:GHAMS:2004:AR3892
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Kostense
- De Korte
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en vaste inrichting bij Duits visserijbedrijf met leiding in Nederland
Belanghebbende, een Duitse GmbH met een visserijbedrijf, betwistte de Nederlandse belastingaanslag over 1997. Kern van het geschil was of belanghebbende in Nederland gevestigd was en daarmee binnenlands belastingplichtig, en of sprake was van een vaste inrichting in Duitsland.
Het hof stelde vast dat de feitelijke leiding van het bedrijf, waaronder de beslissingen over visvangst en bedrijfsvoering, in Nederland werd uitgeoefend, met name door een in Nederland woonachtige aandeelhouder met ruime volmacht. De visserijactiviteiten vonden plaats op de Noordzee buiten Duitse territoriale wateren, en het bedrijf verrichtte overige bedrijfsactiviteiten zoals reparaties en verkoop in Nederland.
De inspecteur stelde dat mogelijk sprake was van een vaste inrichting in Duitsland vanwege een gehuurde werkruimte, maar het hof vond dat de winst die daaraan toe te rekenen was niet hoger was dan de reeds in rekening gebrachte vergoeding. Ook de door belanghebbende opgevoerde hogere afschrijving op het vissersvaartuig werd door het hof verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, en stelde de aanslag vennootschapsbelasting vast op een lager bedrag. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende werd vergoed.
Uitkomst: Het hof stelde vast dat belanghebbende in Nederland belastingplichtig is en verlaagde de aanslag vennootschapsbelasting tot ƒ 76.322.