ECLI:NL:GHAMS:2004:AR4577
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beroepskosten en kosten vermogensbeheer niet aftrekbaar in jaar van betaling
Belanghebbende, voormalig statutair directeur en werknemer, maakte in verband met zijn ontslag in 2000 aanzienlijke advocaat- en advieskosten, alsmede kosten voor vermogensbeheer. Deze kosten werden echter pas in 2001 betaald. De inspecteur corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting over 2000 door deze kosten niet in aftrek te brengen, hetgeen leidde tot een hogere aanslag.
Belanghebbende stelde onder meer dat sprake was van negatief loon, dat het vertrouwensbeginsel was geschonden, en dat het gelijkheidsbeginsel en het verbod op onbehoorlijke wetgeving waren overtreden. Het hof oordeelde dat de kosten niet als negatief loon konden worden aangemerkt en dat de aftrek van kosten plaatsvindt op het moment van betaling of verrekening. Omdat betaling in 2001 plaatsvond, waren de kosten niet aftrekbaar in 2000.
Verder verwierp het hof de stellingen over schending van het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel. Wel verklaarde het hof het beroep gegrond omdat de inspecteur de aanslag bij de bestreden uitspraak hoger had vastgesteld dan bij de definitieve aanslag, wat in strijd is met het verbod van reformatio in peius. Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde de aanslag lager vast en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2000 wordt verminderd wegens schending van het verbod van reformatio in peius.