ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8431
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid rente bijleenhypotheek voor belastingjaar 2002
Belanghebbende had een geldleningsovereenkomst met een hypotheek afgesloten vóór 1 juli 1987, waarbij rente deels bij de hoofdsom werd bijgeschreven, een zogenoemde bijleenhypotheek. Voor deze contracten gold een overgangsregeling waarbij de rente over de volledige looptijd aftrekbaar bleef.
De staatssecretaris had echter in 1999 en 2000 besluiten genomen waarin het beleid werd gewijzigd en het aftrekken van rente over na 31 december 2000 bijgeleende bedragen werd beëindigd. Dit werd bevestigd in artikel 3.120, vierde lid, letter a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, dat deze rente expliciet niet aftrekbaar verklaart.
Belanghebbende voerde aan dat hij op basis van eerdere beleidsbesluiten en brieven vertrouwen mocht ontlenen aan de aftrekbaarheid van deze rente. Het hof oordeelt echter dat dit vertrouwen door het intrekken van het eerdere besluit en de nieuwe wetgeving is komen te vervallen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het niet aftrekken van €717 aan rente wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de niet-aftrekbaarheid van rente over na 31 december 2000 bijgeleende bedragen bevestigd.