ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8448
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek buitengewone lasten wegens onvoldoende bewijs onderhoud zoon
Belanghebbende voerde in haar belastingaangifte aftrek op voor kosten van levensonderhoud van haar zoon, die op haar adres stond ingeschreven en geen recht had op kinderbijslag of studiefinanciering. De inspecteur weigerde deze aftrek en herclassificeerde haar in een lagere tariefgroep.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende haar zoon in belangrijke mate heeft onderhouden volgens artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende stelde dat de inkomsten van haar zoon onvoldoende waren en dat zij kosten voor huisvesting en voeding voor hem had gemaakt.
Het hof stelde vast dat belanghebbende geen concreet bewijs had geleverd van hogere huisvestingskosten of voeding boven het minimale bedrag van 56 gulden per week. Ook werd meegewogen dat de ex-echtgenoot van belanghebbende bijdroeg in de kosten van de zoon.
Op grond van jurisprudentie en het ontbreken van bewijs concludeerde het hof dat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden voor aftrek van buitengewone lasten en bevestigde de aanslag en tariefindeling van de inspecteur.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onderhoud in belangrijke mate.