ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8624
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslagen douanerechten wegens onjuiste tenaamstelling en onvoldoende bewijs schuldenaarschap
Belanghebbende, een textielhandelende vennootschap binnen een fiscale eenheid, werd aangesproken voor douaneschulden over 1998 en 1999. De inspecteur legde aanslagen op gebaseerd op een controle die onregelmatigheden vaststelde in de douanewaarde van ingevoerde goederen. De facturen waren gericht aan een andere vennootschap binnen de groep, J B.V., die dezelfde directie en medewerkers had.
Belanghebbende voerde aan dat de aanslagen onterecht aan haar waren gericht en dat de tenaamstelling onjuist was. De inspecteur stelde dat de aanslagen terecht waren en dat belanghebbende aansprakelijk was omdat zij als geadresseerde en met haar BTW-codenummer op de aangiften stond vermeld. De Douanekamer oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat belanghebbende de onjuiste gegevens aan de douane-expediteurs had verstrekt en dat belanghebbende niet als schuldenaar kon worden aangemerkt op grond van de relevante douanewetgeving.
De Douanekamer verklaarde het beroep ontvankelijk, behandelde de grief over de tenaamstelling inhoudelijk en vernietigde de aanslagen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende vergoed. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 17 december 2004.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen douanerechten aan belanghebbende worden vernietigd wegens onjuiste tenaamstelling en onvoldoende bewijs van schuldenaarschap.