ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8785
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitnodigingen tot betaling wegens verkeerde tenaamstelling en ontbreken feitelijke grondslag
Belanghebbende, D B.V., maakte bezwaar tegen uitnodigingen tot betaling van douanerechten die door de inspecteur waren uitgereikt naar aanleiding van een controle op invoeraangiften in 1998 en 1999. De inspecteur stelde dat D B.V. als schuldenaar kon worden aangemerkt, ondanks dat facturen aan J B.V. waren gericht, een dochtervennootschap binnen dezelfde fiscale eenheid. De inspecteur voerde aan dat D B.V. de gegevens aan de douane-expediteurs had verstrekt en wist of had moeten weten dat deze onjuist waren.
De Douanekamer oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat de grief over de tenaamstelling niet was ingetrokken. Uit het onderzoek bleek echter dat de inspecteur onvoldoende feiten had aangevoerd om D B.V. als schuldenaar aan te merken. De handelingen van werknemers die gegevens aan de douane verstrekten, konden niet zonder meer aan D B.V. worden toegerekend. Ook ontbrak een feitelijke grondslag om D B.V. aansprakelijk te stellen voor onregelmatig binnengebrachte goederen.
Daarom vernietigde het hof de uitspraak op bezwaar en de uitnodigingen tot betaling. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan belanghebbende. Deze uitspraak bevestigt het belang van correcte tenaamstelling en voldoende bewijs bij douaneaansprakelijkheid.
Uitkomst: De uitnodigingen tot betaling aan D B.V. worden vernietigd wegens verkeerde tenaamstelling en ontbreken van feitelijke grondslag voor aansprakelijkheid.