ECLI:NL:GHAMS:2004:AS4622
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over indeling melkfermenten in het Gemeenschappelijk Douanetarief
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde een beroep in tegen de indeling van een product onder het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT) door de Nederlandse douane. Het geschil betrof de vraag of het product moest worden ingedeeld onder post 0403 90 11 (melkpoeder) of post 3002 90 50 (culturen van micro-organismen). De inspecteur had het product ingedeeld als melkpoeder op basis van laboratoriumonderzoek dat levende melkzuurbacteriën aantoonde, terwijl belanghebbende zich beroept op een bindende tariefinlichting van de Franse douane die het product als cultuur van micro-organismen classificeerde.
De Douanekamer stelde vast dat het product een geringe hoeveelheid melkzuurbacteriën bevatte, onvoldoende om als cultuur van micro-organismen te worden aangemerkt. Het product is een poeder bestemd voor de bereiding van karnemelk of aangezuurde melk met een vetgehalte van maximaal 1,5% en zonder toegevoegde suiker, passend bij post 0403 90 11. De bindende tariefinlichting van de Franse douane was ruim omschreven en liet ruimte voor interpretatie, maar belanghebbende had de douane niet onjuist geïnformeerd en had recht op vertrouwen in deze tariefinlichting.
De Douanekamer oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat de beroepstermijn tijdig was aangevangen. Gezien de geringe hoeveelheid bacteriën en de samenstelling van het product werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak en de uitnodiging tot betaling vernietigd, en werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en vernietiging van de aanslag.