ECLI:NL:GHAMS:2004:AS6952
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing omzetbelasting en boete verminderd wegens onjuiste aangifte door ondernemer
Belanghebbende, een in Nederland gevestigde onderneming, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 1998 tot en met 2001, inclusief een boete en heffingsrente. De inspecteur stelde vast dat de ondernemer geen volledige administratie bijhield en dat de omzetbelasting op een factuur niet was aangegeven of voldaan.
Het hof oordeelde dat belanghebbende terecht als ondernemer voor de omzetbelasting was aangemerkt, maar dat de activiteiten voornamelijk bestonden uit het innen van verstrekte leningen, wat een vrijgestelde prestatie is. Hierdoor was de aftrek van voorbelasting onterecht, en de naheffingsaanslag correct opgelegd. De boete werd verminderd van € 2.063 naar € 546 vanwege grove schuld.
Het beroep tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en de heffingsrente werd niet-ontvankelijk verklaard omdat bezwaar tegen de heffingsrente ontbrak en het beroep prematuur was. Het hof gelastte de Staat het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd, de boete verminderd tot € 546, en het beroep tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en heffingsrente niet-ontvankelijk verklaard.