ECLI:NL:GHAMS:2004:AT7232
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- IJland-Van Veen
- Hartsuiker
- Wabeke
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van cocaïnehandel naar Engeland
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk vervoeren van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne naar Engeland in de periode van september 2002 tot januari 2003. Samen met zijn broer en anderen liet hij de feitelijke transporten door derden uitvoeren, waardoor hij zelf minder risico liep. Het hof achtte bewezen dat verdachte uit puur financieel gewin heeft bijgedragen aan de internationale handel in harddrugs en de daarmee samenhangende criminaliteit.
De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, een straf die het hof in hoger beroep bevestigde. Het hof nam daarbij de ernst van de feiten, de omvang van de vervoerde drugs en de eerdere veroordelingen van verdachte mee in de strafoplegging. Niet alle tenlasteleggingen werden bewezen; verdachte werd vrijgesproken van enkele onderdelen die niet wettig en overtuigend waren aangetoond.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het oordeel onder het hoger beroep viel en deed opnieuw recht. De opgelegde straf van vier jaar gevangenisstraf werd bevestigd, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De straf is gebaseerd op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor medeplegen van cocaïnehandel naar Engeland.