ECLI:NL:GHAMS:2005:AS9143
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Haentjens
- Aben
- Van Breukelen-van Aarnhem
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep valsheid in geschrift inzake misbruik automatische incasso systeem
Op 15 oktober 2002 maakte verdachte zich schuldig aan valsheid in geschrift door met gebruik van Rabobank-software onrechtmatige incasso-opdrachten te verzenden namens 93 rekeninghouders, voor een totaalbedrag van €739.345,80, zonder dat hiervoor machtiging of factuur bestond. Het doel was een vermeend gat in het automatische incassosysteem aan te tonen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en inbreuk op de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM Pro). Het hof verwierp het gelijkheidsverweer, omdat verdachte als enige feitelijk leidinggevende de incasso-opdrachten uitvoerde en het vertrouwen van de bank schond. De vrijheid van meningsuiting werd erkend, maar de strafvervolging was noodzakelijk en proportioneel ter bescherming van rechten van derden.
Het hof oordeelde dat de incasso-opdrachten als geschriften in de zin van artikel 225 Sr Pro kwalificeren en dat verdachte valsheid in geschrift pleegde. Vrijspraak volgde voor het tenlastegelegde computervredebreuk (artikel 138a Sr), omdat geen sprake was van wederrechtelijk binnendringen in het computersysteem.
Hoewel verdachte disproportioneel handelde en schade veroorzaakte, werd geen straf opgelegd gezien de omstandigheden en het feit dat de banken het systeem hebben aangepast. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, die bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor valsheid in geschrift, vrijgesproken van computervredebreuk, maar er wordt geen straf opgelegd.