ECLI:NL:GHAMS:2005:AT2937
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- A.L.G.A. Stille
- P.J.N. van Os
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rekening en verantwoording waarneming notariskantoor na ontslag
Deze zaak betreft een geschil tussen een oud-notaris (klager) en zijn waarnemer (notaris) over de periode waarin de waarnemer het notariskantoor van klager heeft voortgezet na het ontslag van klager per 1 oktober 1997. Klager vordert dat de notaris rekening en verantwoording aflegt over de waarnemingsperiode van 15 december 1997 tot 11 maart 1998, terugstorting van een bedrag van ƒ 150.000,- dat van de derdenrekening is gebruikt voor afvloeiingskosten, en teruggave van administratie.
De Kamer van Toezicht oordeelde aanvankelijk dat klager recht had op rekening en verantwoording, maar het hof vernietigt dit oordeel. Het hof overweegt dat toen de waarnemer begon, klager geen notaris meer was en de waarnemer het kantoor overnam van diens voorganger. De notaris is daarom geen enkele rekening en verantwoording aan klager verschuldigd. Het hof acht de klacht ongegrond en wijst ook de overige klachten af.
Het hof baseert zich op uitgebreide rapportages van het Bureau Financieel Toezicht en andere instanties die de chaotische en onvolledige administratie van klager bevestigen. De waarnemer heeft in redelijkheid voldoende verantwoording afgelegd gezien de omstandigheden. De notaris heeft bovendien aangeboden inzage in de administratie te verlenen onder betaling van een borgsom. Het hof bevestigt dat de waarnemer geen zakelijke relatie met klager had en dat de waarneming onder risico van de waarnemer plaatsvond.
De uitspraak benadrukt de verplichtingen van een defungerende notaris bij overdracht van het kantoor en de continuïteit van dienstverlening, maar concludeert dat in deze situatie geen optimale overdracht heeft plaatsgevonden. De waarnemer heeft echter niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door te weigeren rekening en verantwoording af te leggen aan klager.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2005 door het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de eerdere beslissing van de Kamer van Toezicht wordt vernietigd en de klacht ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht ongegrond en oordeelt dat de notaris geen rekening en verantwoording verschuldigd is over de waarnemingsperiode.