ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4391
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Wiewel
- Van Atteveld
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling relatieve bevoegdheid rechtbank bij wijziging verblijfplaats verdachte
In deze strafzaak stond centraal of de rechtbank Haarlem bevoegd was om kennis te nemen van de tenlastegelegde feiten, ondanks dat de verdachte zich bij aanvang van de vervolging niet in het arrondissement Haarlem bevond en de voorlopige hechtenis buiten dat arrondissement werd uitgevoerd.
De rechtbank Haarlem had zichzelf onbevoegd verklaard op grond van een te beperkte uitleg van het aanknopingspunt voor bevoegdheid. Het hof oordeelde dat een rechtbank zich slechts onbevoegd mag verklaren indien geen enkel aanknopingspunt voor bevoegdheid bestaat. Daarbij is van belang dat de bevoegdheid wordt bepaald op het moment dat de vervolging aanvangt, en dat verhuizing van de verdachte naar een ander arrondissement voorafgaand aan de dagvaarding de bevoegdheid van de oorspronkelijke rechtbank niet aantast.
Het hof stelde vast dat de vervolging was aangevangen met vorderingen gericht op Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, binnen het arrondissement Amsterdam, en dat de verdachte na aanhouding in Haarlem verbleef waar het voorbereidend onderzoek plaatsvond. De plaats van uitvoering van de voorlopige hechtenis in een ander arrondissement is irrelevant voor de relatieve bevoegdheid.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Haarlem, verklaarde deze rechtbank bevoegd en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling op basis van de bestaande dagvaarding. De verdediging had geen beslissing in de hoofdzaak verlangd, waardoor verwijzing passend was.
Uitkomst: De rechtbank Haarlem is bevoegd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.