ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4467
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Gebruik van kunstvoorwerpen door directeur-grootaandeelhouder leidt tot gebruiksvergoeding
X B.V. heeft in 2001 kunstvoorwerpen aangeschaft voor belegging, waarvan een groot deel zich in het woonhuis van haar directeur-grootaandeelhouder bevindt. De inspecteur stelde dat deze kunstvoorwerpen aan de directeur-grootaandeelhouder ter beschikking zijn gesteld en legde een gebruiksvergoeding van 4% op de waarde van de kunstcollectie op.
Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de kunstvoorwerpen slechts tijdelijk in het woonhuis waren geplaatst vanwege ruimtegebrek en onderhoud, en dat geen gebruiksvergoeding verschuldigd zou zijn of dat deze nihil dan wel symbolisch laag moest zijn. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van louter tijdelijke plaatsing en dat de kunstvoorwerpen feitelijk ter beschikking waren gesteld.
Het hof stelde vast dat zakelijk handelende partijen voor ter beschikking gestelde kunstvoorwerpen een vergoeding zouden overeenkomen en dat de vergoeding niet kan worden afgeleid van rentepercentages op financiële middelen, maar moet aansluiten bij de huurprijzen in de kunstmarkt. Gezien de informatie van de SBK achtte het hof een vergoeding van 6% passend. De gebruiksvergoeding werd berekend over de kunstvoorwerpen die zich daadwerkelijk in het woonhuis bevonden, wat leidde tot een correctie van de belastbare winst. Het beroep van X B.V. werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van X B.V. wordt ongegrond verklaard en de gebruiksvergoeding van 6% over de kunstvoorwerpen wordt bevestigd.