ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4788
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar vennootschapsbelasting wegens termijnoverschrijding ondanks niet-ontvangst aanslag
Belanghebbende, gevestigd aan een adres te R, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 1995 die op 31 december 1999 was gedagtekend. De inspecteur had de aanslag ter post bezorgd, maar belanghebbende ontving deze niet vanwege een storing bij de postbezorging. Het hof oordeelde dat het zoekraken van de aanslag voor rekening van de inspecteur komt, omdat deze de aanslag niet aangetekend had verzonden.
Desondanks werd het bezwaarschrift van belanghebbende pas op 4 september 2000 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 1 januari 2000 was gestart. Het hof stelde dat belanghebbende na betekening van het dwangbevel op 19 mei 2000 op de hoogte was van de aanslag en binnen een redelijke termijn om opheldering had moeten vragen of een duplicaat had moeten aanvragen.
Belanghebbende had dit nagelaten en was daarmee in verzuim in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hof verklaarde het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk en wees het beroep af. Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1995 werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.