ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5310
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Barels
- Van Kuijck
- Denie
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en gedeeltelijke veroordeling wegens ontuchtige handelingen met minderjarige dochter
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank te Utrecht vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd vrijgesproken van de feiten onder 1, 2 en 3 wegens onvoldoende bewijs, mede omdat de aangeefster, minderjarig kind van verdachte, niet als getuige wilde verschijnen en haar eerdere verklaring had ingetrokken.
Het hof oordeelde dat het hoorrecht van artikel 167a Sv niet van toepassing was, omdat de tenlastelegging feit 3 materieel ook handelingen betrof die onder artikel 249 Sr Pro vallen, waarvoor het hoorrecht niet geldt. Het verweer dat de betastingen een medische controle betrof werd verworpen, mede omdat verdachte had bekend zijn dochter seksueel te hebben betast toen zij 13 of 14 jaar was.
Het hof achtte bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen had gepleegd met zijn minderjarige dochter en veroordeelde hem tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht. Het hof nam bij de strafoplegging mee dat verdachte de schadelijke gevolgen van zijn handelen heeft genegeerd en zijn seksuele gevoelens boven de integriteit van zijn dochter stelde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van drie feiten en veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor ontuchtige handelingen met zijn minderjarige dochter.