ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5429
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M. Vrouwenvelder
- M.E. van Hilten
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vrijstelling douanerechten en omzetbelasting bij groupagezendingen
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte aanspraak op vrijstelling van douanerechten op grond van artikel 27 van Pro Verordening 918/83 voor groupagezendingen van goederen vanuit Zwitserland naar individuele klanten in Nederland. De inspecteur stelde echter dat de goederen niet rechtstreeks aan de klanten werden verzonden, maar aan K BV, waardoor de vrijstelling niet van toepassing was.
De Douanekamer oordeelde dat K BV als geadresseerde moest worden aangemerkt en niet de individuele klanten, waardoor de vrijstelling voor douanerechten niet van toepassing was. Het beroep tegen de heffing van douanerechten werd daarom ongegrond verklaard. Belanghebbende voerde ook aan dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waren geschonden, maar dit werd verworpen.
Ten aanzien van de omzetbelasting oordeelde de Douanekamer dat de omzetbelasting niet terecht aan belanghebbende was opgelegd omdat de levering aan de klant pas na invoer plaatsvond. De aanslag omzetbelasting werd vernietigd en belanghebbende werd in de proceskosten veroordeeld. Een verzoek om schadevergoeding voor kosten in de bezwaarfase werd afgewezen omdat belanghebbende geen eigen kosten had gemaakt.
Uitkomst: Beroep ongegrond voor douanerechten, gegrond voor omzetbelasting; aanslag omzetbelasting vernietigd en inspecteur veroordeeld in proceskosten.