ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5821
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Westermann-van Rooyen
- Thiessen
- Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontruiming tijdelijke huurwoning op grond van de Leegstandwet
De woningstichting Rochdale verhuurde een woning tijdelijk aan [X] op grond van de Leegstandwet, met een vergunning geldig tot 23 mei 2004. Na het verstrijken van deze periode werd de huur opgezegd, maar [X] bleef in de woning. De voorzieningenrechter wees de ontruimingsvordering af omdat na afloop van de tijdelijke huurovereenkomst geen nieuwe overeenkomst was gesloten, waardoor [X] huurbescherming genoot.
Rochdale ging in hoger beroep en stelde dat het niet aanbieden van een nieuwe huurovereenkomst en het niet informeren over de verlenging van de vergunning een evidente vergissing was. Rochdale voerde aan dat [X] zich bewust was van de tijdelijke aard van de huur.
Het hof oordeelde dat uit de brief van de raadsman van [X] slechts bleek dat zij zich bij aanvang bewust was van de tijdelijke huur, maar niet dat zij na afloop hiervan op de hoogte was van een verlenging. Omdat de huurder niet op de hoogte was gesteld van de verlenging, kon niet worden aangenomen dat sprake was van een evidente vergissing.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde Rochdale in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde het vonnis dat de huurder huurbescherming geniet en veroordeelde Rochdale in de kosten van het hoger beroep.