ECLI:NL:GHAMS:2005:AT6073
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- K. Kooijman
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen douaneschuld en verzuimboete wegens onttrekking aan douanetoezicht bij extern communautair douanevervoer
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte op 17 juli 2001 documenten T1 geldig voor extern communautair douanevervoer van 99 colli van Nederland naar Oostenrijk. Bij aankomst in Oostenrijk bleek één collo met een gewicht van 266 kg te ontbreken. De Oostenrijkse douane constateerde geen onregelmatigheden aan de verzegeling.
De Douanekamer stelde vast dat het ontbrekende collo niet was afgeleverd bij het kantoor van bestemming en dat belanghebbende niet had voldaan aan de verplichting om de goederen met de vereiste documenten aan te brengen. De onregelmatigheid werd aangemerkt als onttrekking aan het douanetoezicht in de zin van artikel 203 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW), waardoor een douaneschuld ontstond.
Belanghebbende voerde aan dat de goederen een douanebestemming hadden gekregen in Oostenrijk en dat de regeling communautair douanevervoer daarmee was beëindigd. Dit werd verworpen omdat het terugzendingsexemplaar van de aangifte wel binnen twee maanden was terugontvangen, waardoor artikel 365 UCDW Pro niet van toepassing was.
Ook voor de omzetbelasting werd geoordeeld dat sprake was van onttrekking aan het douanetoezicht in Nederland, waardoor het belastbare feit invoer zich voordeed. De opgelegde verzuimboete wegens het niet vervullen van formaliteiten werd eveneens bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen en boete worden bevestigd.