ECLI:NL:GHAMS:2005:AT6123
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- E. Gras
- Rechtspraak.nl
Erkenning staat in de weg aan gerechtelijke vaststelling vaderschap bij minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Haarlem waarin het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarige werd afgewezen. De minderjarige is geboren op 14 februari 2004 en erkend door de vader op 3 maart 2004. De moeder verzocht de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, mede met het oog op een snellere verkrijging van de Nederlandse nationaliteit voor het kind.
De bijzonder curator en moeder stelden dat artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro niet in de weg staat aan de gerechtelijke vaststelling, aangezien de vaststelling niet leidt tot meer dan twee ouders en verwezen naar jurisprudentie van de rechtbank Amsterdam. De vader stemde in met de gerechtelijke vaststelling. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van de bestreden beschikking en toewijzing van het verzoek.
Het hof oordeelde echter dat de erkenning reeds het vaderschap rechtsgeldig vaststelt, waardoor het verzoek moet worden afgewezen. Tevens staat artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro, dat vaststelling van vaderschap uitsluit indien het kind al twee ouders heeft, aan toewijzing in de weg. Het hof overwoog dat het verschil in nationaliteitsgevolgen tussen erkenning en gerechtelijke vaststelling via een aparte procedure over het Nederlanderschap kan worden aangevochten.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap omdat erkenning het vaderschap reeds rechtsgeldig vaststelt.