ECLI:NL:GHAMS:2005:AT7572
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- P.J.N. van Os
- J.G. Gräler
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over incidenteel verrichten van notariële werkzaamheden buiten standplaats en verlenen faciliteiten aan makelaar
In deze zaak stond centraal of notarissen buiten hun plaats van vestiging, te weten in een andere gemeente dan hun standplaats, structureel notariële werkzaamheden hadden verricht en daarmee een bijkantoor hadden gehouden in strijd met artikel 13 van Pro de Wet op het notarisambt (WNA). Tevens werd onderzocht of zij ongeoorloofd faciliteiten hadden verleend aan een makelaardij, waaronder het verstrekken van kadastrale inzagen en het voorfinancieren van courtages.
De feiten toonden aan dat in de jaren 2000 en 2001 een significant percentage van de notariële akten buiten de standplaats werd gepasseerd, wat het hof kwalificeerde als het houden van een bijkantoor. Dit was in strijd met de WNA. Daarnaast bleek uit getuigenverklaringen dat notarissen grote hoeveelheden kadastrale inzagen aan de makelaar verstrekten, zonder zich te houden aan de standaardovereenkomst met het Kadaster, en dat notaris A incidenteel courtages vooruitbetaalde, wat niet toegestaan is.
Het hof verwierp het beroep op ne bis in idem en verjaring voor gedragingen na 30 januari 2000. Het hof oordeelde dat notaris A zwaar werd aangesproken vanwege eerdere waarschuwingen en eerdere tuchtrechtelijke maatregelen. Daarom legde het hof aan notaris A een schorsing van twee weken op. Notaris B kreeg een waarschuwing wegens minder ernstige overtredingen. Het beroep op betaling van retourprovisies werd ongegrond verklaard wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Notaris A kreeg een schorsing van twee weken opgelegd wegens het houden van een bijkantoor en het verlenen van ongeoorloofde faciliteiten; notaris B kreeg een waarschuwing.