ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8355
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van leveringen en diensten in omzetbelastingzaak na verwijzing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak oktober 1999 tot december 2000. Na bezwaar en beroep werd het geschil uiteindelijk door de Hoge Raad terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet de macht had om als eigenaar over de goederen te beschikken en dat de goederen door Y Ltd. waren verkocht en geleverd. Hierdoor waren de prestaties van belanghebbende geen leveringen in de zin van artikel 3 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968, maar moesten worden aangemerkt als diensten.
De vergoeding voor deze diensten werd vastgesteld op 4,25% van de door belanghebbende gefactureerde bedragen. Het Hof oordeelde dat de diensten in Nederland zijn verricht en onderworpen zijn aan Nederlandse omzetbelasting tegen het standaardtarief van 17,5%. De naheffingsaanslag werd verminderd tot €161.010,29.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende een schadevergoeding toegekend wegens gemaakte kosten in de bezwaarfase. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot €161.010,29 en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten en schadevergoeding.