ECLI:NL:GHAMS:2005:AT9461
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J.J. Beurskens
- R.P.G. Houterman
- G.M.H.M. Pooters
- M.M.L.H. Voncken
- C.J. Leussink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen beslissing kamer toezicht notarissen over klacht
Klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kamer van toezicht over notarissen en kandidaat-notarissen in Maastricht, waarin haar verzet tegen een voorzittersbeschikking werd afgewezen. De voorzittersbeschikking had de klacht van klaagster als kennelijk niet ontvankelijk bestempeld.
De kamer van toezicht oordeelde dat de twee klachten van klaagster in essentie hetzelfde feitencomplex en dezelfde gedragingen van de notaris betroffen, en dat onderdelen van die klachten niet als zelfstandige klachten konden dienen. Klaagster voerde aan dat het om twee totaal verschillende klachten ging, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
Het hof nam kennis van de stukken, waaronder het verzet en de pleitnota, en oordeelde dat het hoger beroep niet ontvankelijk was op grond van artikel 99 lid 10 Wet Pro op het notarisambt. Het hof bevestigde de beslissing van de kamer van toezicht en verklaarde klaagster niet ontvankelijk in haar hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk en bevestigt de beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is.