ECLI:NL:GHAMS:2005:AT9971
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijk loon en afschrijving op hotelpanden bij verliesvaststelling 1998
Belanghebbende en haar echtgenoot zijn eigenaren van twee hotelpanden die in 1998 zijn verbouwd en geëxploiteerd via een B.V. Belanghebbende was directeur en manager van de B.V. met een vastgesteld salaris van €24.000, gecorrigeerd tot €84.000 door de inspecteur. Het geschil betrof de vaststelling van het verlies over 1998, waarbij belanghebbende hogere verliezen claimde dan de inspecteur had vastgesteld.
Het Hof beoordeelde de afschrijving op de panden, waarbij het de waarde van de grond en restwaarde vaststelde op respectievelijk €300.000 en €150.000 voor pand nr. 31 en €58.750 en €60.000 voor pand nr. 33. De afschrijving werd vastgesteld op 3% per jaar, rekening houdend met de gebruiksduur en het feit dat een deel van pand nr. 33 tot juli 1998 als woning werd gebruikt. De afschrijving op de verbouwing werd toegerekend vanaf mei 1999.
Ten aanzien van het gebruikelijk loon oordeelde het Hof dat het salaris van belanghebbende niet lager kon worden vastgesteld dan €40.000 vanwege de structurele verliezen van de B.V. en haar rol tijdens de verbouwing. De inspecteur had het loon op €84.000 gesteld, maar het Hof vond een lager bedrag redelijker. Dit leidde tot een correctie van het inkomen uit dienstbetrekking.
Uiteindelijk stelde het Hof het verlies voor 1998 vast op €546.365, hoger dan het door de inspecteur vastgestelde bedrag. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur in de proceskosten en wees het griffierecht toe aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof stelde het verlies over 1998 vast op €546.365 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.