ECLI:NL:GHAMS:2005:AT9976
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over afschrijving hotelpanden en verbouwing in belastingzaak
Belanghebbende en zijn echtgenote zijn eigenaren van twee hotelpanden die zij in 1999 hebben verbouwd. De discussie betreft de juiste grondwaarde, restwaarde en afschrijvingspercentages voor deze panden en de verbouwing, die van invloed zijn op het vast te stellen verlies in de loonbelasting.
Het Hof stelt de grondwaarde van pand nr. 31 vast op €300.000 en de restwaarde op €150.000, met een afschrijving van 3% per jaar vanwege intensief hotelgebruik. Voor pand nr. 33 wordt de grondwaarde vastgesteld op €58.750 en de restwaarde op €60.000, eveneens met 3% afschrijving. De verbouwing wordt gezien als verbetering met een levensduur van circa 33 jaar en een restwaarde van €100.000, waarop ook 3% per jaar mag worden afgeschreven.
De inspecteur's standpunt dat niet op de verbouwing mag worden afgeschreven omdat de toekomstige waarde hoger zou zijn dan de huidige waarde plus verbouwingskosten, wordt verworpen. Het Hof concludeert dat het verlies voor 1999 moet worden vastgesteld op €860.356, hoger dan door de inspecteur vastgesteld.
Daarnaast veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten van €966 en gelast de Staat het griffierecht van €37 aan belanghebbende te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof stelt het verlies voor 1999 vast op €860.356 en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.