ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0469
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- C. Schaap
- R.A. Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing baatbelasting aanleg riolering A-straat
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een baatbelastingaanslag voor de aanleg van riolering aan de A-straat, welke door de gemeente niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late motivering. Het Hof oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was omdat de gemeente onvoldoende duidelijk maakte dat termijnoverschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden.
Verder stelde belanghebbende dat bepaalde onroerende zaken niet gebaat waren door de voorzieningen en dat niet alle gebate objecten in de heffing waren betrokken. Het Hof concludeerde dat de betrokken huizen, inclusief nummers 7, 8 en 9, wel degelijk gebaat zijn omdat zij via pompputten op het rioolstelsel zijn aangesloten. Fouten in de heffing, zoals het niet apart belasten van twee woningen in één pand, leiden niet tot onverbindendheid van de verordening.
Het Hof oordeelde dat het bekostigingsbesluit en de verordening voldoen aan de wettelijke vereisten, ook al werd het maximale te verhalen bedrag pas na aanvang van de werkzaamheden vastgesteld. De voorzieningen waren pas geheel voltooid bij de eindoplevering in november 1998, waardoor de wettelijke termijnen voor vaststelling van de verordening zijn gerespecteerd.
Ten slotte verwierp het Hof het beroep op willekeurige of onredelijke belastingheffing, omdat het aan de gemeentelijke wetgever is om te bepalen of en waar baatbelasting wordt geheven. De uitspraak van de gemeente werd vernietigd, belanghebbende ontvankelijk verklaard, de aanslag gehandhaafd en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het Hof verklaart belanghebbende ontvankelijk, handhaaft de aanslag en veroordeelt de gemeente tot proceskostenvergoeding.