ECLI:NL:GHAMS:2005:AU1454
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- G.J. Driessen-Poortvliet
- S. Clement
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en afwijking op grond van redelijkheid en billijkheid
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen twee vonnissen van de rechtbank Utrecht betreffende de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap met haar ex-echtgenoot. Zij vordert onder meer een afwijking van het huwelijksgoederenregime op grond van redelijkheid en billijkheid, omdat zij bij het aangaan van het huwelijk uitging van Frans recht waarbij haar woning buiten de gemeenschap viel.
Het hof stelt vast dat partijen in 1997 trouwden en dat de vrouw de woning reeds in eigendom had. De huwelijksgoederengemeenschap werd per 1 oktober 1999 opgeheven. De man heeft onvoldoende bijgedragen aan de gemeenschap. Het hof oordeelt dat het onredelijk zou zijn de man recht te geven op de helft van de overwaarde van de woning, mede omdat de vrouw en haar kinderen anders uit de woning zouden moeten vertrekken.
De vrouw slaagt in haar grief dat de woning en de daaraan gekoppelde hypotheek en levensverzekering aan haar worden toegewezen zonder verrekening met de man. Andere grieven over de waarde van djembé’s, eigendom van onroerende zaken in Senegal en een lening falen wegens onvoldoende bewijs of bijzondere omstandigheden.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover de vrouw een bedrag aan de man zou moeten betalen en bepaalt dat de man een bedrag van €1.689,45 aan de vrouw moet betalen met wettelijke rente. De overige vonnissen worden bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijkt af van het huwelijksgoederenregime en bepaalt dat de man een bedrag van €1.689,45 aan de vrouw moet betalen met rente.