ECLI:NL:GHAMS:2005:AU6116
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.B. Bijl
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Waardering aandelen technische handelsonderneming voor vermogensbelasting
Belanghebbende, enig aandeelhouder van een technische handelsonderneming, betwistte de waardering van zijn aandelenpakket in de vermogensbelastingaanslag over 2000. De inspecteur had de waarde vastgesteld op basis van een combinatie van intrinsieke waarde en rentabiliteitswaarde, waarbij de rentabiliteitswaarde werd gesteld op zeven maal de gemiddelde winst na belastingen.
Het geschil betrof met name de vraag of de onverdeelde winst over 1999 onderdeel uitmaakt van het vermogen van de B.V. en hoe rekening gehouden moet worden met vennootschapsbelasting. Belanghebbende stelde dat onverdeelde winst geen deel uitmaakt van de intrinsieke waarde zolang de algemene vergadering van aandeelhouders daar nog geen bestemming aan heeft gegeven, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel.
Het Hof oordeelde dat voor de waardering moet worden uitgegaan van de prijs die een koper voor het gehele aandelenpakket zou betalen, gebaseerd op tweemaal de intrinsieke waarde plus eenmaal de rentabiliteitswaarde gedeeld door drie. De intrinsieke waarde werd vastgesteld op circa €3.045.000 en de rentabiliteitswaarde op €7,7 miljoen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel werd verworpen.
De waarde van de aandelen werd vastgesteld op circa €4.600.000, wat leidde tot een vermindering van de aanslag vermogensbelasting. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof vermindert de aanslag vermogensbelasting door de waarde van de aandelen vast te stellen op circa €4,6 miljoen, wat leidt tot een berekend vermogen van circa €1.713.000.