ECLI:NL:GHAMS:2005:AU7620
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. van Hilten
- E.M. Vrouwenvelder
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor creditcardbetalingsdiensten via internet niet van toepassing op abonnement- en transactiekosten
Belanghebbende, een onderneming die global payment services aanbiedt, betwistte de naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de inspecteur over de periode 1998-2002. De kern van het geschil betrof de vraag of de commissies die belanghebbende ontvangt voor diensten met betrekking tot creditcardbetalingen via internet vrijgesteld zijn op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel j, ten tweede, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het Hof onderscheidde twee situaties: betaling rechtstreeks door de Acquirer aan de winkelier en betaling via belanghebbende. In de eerste situatie oordeelde het Hof dat de diensten van belanghebbende ondersteuning bieden bij creditcardbetalingen, maar niet de essentiële functies van betalingen verrichten, waardoor de vrijstelling niet van toepassing is.
In de tweede situatie, waarbij betalingen via belanghebbende lopen, stelde het Hof vast dat de creditcardcommissie een aparte, vrijgestelde dienst vormt. De abonnementskosten en transactiekosten vallen echter niet onder de vrijstelling. Het beroep van belanghebbende op een eerdere resolutie inzake creditcardcommissies werd gehonoreerd, waardoor de naheffingsaanslag geheel werd vernietigd.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en stelde het griffierecht vast. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.