ECLI:NL:GHAMS:2005:AU7769
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.M.H. van Staveren
- W.P. Scheltema
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid van kosten rechtsbijstand bij verhaal loonschade na ongeval
Appellante, een besloten vennootschap, vorderde vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die zij had gemaakt bij het verhalen van loonschade op haar verzekeraar Axa. De loonschade ontstond door een ongeval waarbij een werknemer van appellante tijdelijk arbeidsongeschikt raakte. Appellante had een advocaat ingeschakeld die een honorarium van 13% van de te incasseren som rekende, wat neerkwam op €5.030,59. Axa had de loonschade erkend en meerdere uitkeringen gedaan, maar weigerde de kosten van rechtsbijstand volledig te vergoeden, behalve een coulancebedrag van €200.
De rechtbank had de vordering van appellante afgewezen omdat zij oordeelde dat de kosten niet voldeden aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro, met name omdat er geen redelijke aanleiding was om kosten van rechtsbijstand te maken. Het hof stelde echter vast dat appellante redelijk handelde door een advocaat in te schakelen, gezien het financiële belang en de onzekerheid over de houding van Axa.
Het hof vond echter dat de omvang van de kosten onredelijk hoog was. De overeengekomen 13% honorarium was niet maatgevend en de urenverantwoording gaf onvoldoende inzicht in de bestede tijd. Het hof schatte de redelijke tijdsbesteding op ongeveer drie uren en stelde de vergoeding inclusief kantoorkosten en BTW vast op €600, waarvan na verrekening van het reeds betaalde bedrag €400 werd toegewezen. De rest van de vordering, waaronder buitengerechtelijke incassokosten, werd afgewezen. Partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Axa wordt veroordeeld tot betaling van €400 aan appellante voor redelijke kosten van rechtsbijstand.