ECLI:NL:GHAMS:2005:AU7782
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- J.M.J. Chorus
- J.M.H. van Staveren
- H.G. Hermans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid ondershandse verkoop door hypotheekhouder in faillissement
In deze zaak staat de vraag centraal of de wijze waarop Finata Bank N.V. als hypotheekhouder gebruik heeft gemaakt van haar recht tot executie binnen het faillissement van [Q] B.V. voldoet aan de wettelijke vereisten. De curator betoogde dat de verkoop van het motorschip Iris via een internetveiling, die feitelijk neerkwam op een ondershandse verkoop, niet voldeed aan de voorschriften van artikel 3:268 BW Pro en daarmee het recht van Finata tot separaat executeren was vervallen.
Het hof stelt vast dat Finata binnen de door de rechter-commissaris toegekende termijn van zes maanden de verkoop heeft verricht met instemming van de curator. De verkoop via internetveiling werd als een geldige uitoefening van het recht van de hypotheekhouder beoordeeld, ook al voldeed deze niet aan de formele veilingvereisten. Het hof oordeelt dat het niet-naleven van artikel 3:268 BW Pro niet automatisch betekent dat de verkoop niet als rechtmatige executie geldt, mits toestemming van de hypotheekgever aanwezig is.
De curator kon onvoldoende aantonen dat de verkoop onrechtmatig was of dat de boot meer had moeten opbrengen. Daarnaast werd geoordeeld dat de curator, gezien zijn publieke functie, mee moet werken aan de juridische levering van het schip aan de koper [Y]. Alle grieven van de curator worden verworpen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de grieven van de curator af; de curator moet meewerken aan de juridische levering van het schip.