ECLI:NL:GHAMS:2005:AU7923
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Waardebepaling minderheidspakket aandelen voor verlies uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende had in 1998 zijn aandelen in een besloten vennootschap verkocht en gaf een verlies uit aanmerkelijk belang aan van ƒ 65.195. De inspecteur stelde dit verlies lager vast op ƒ 34.599. Het geschil betrof de juiste waardering van het aandelenpakket en de vraag of de aanslag moest worden vastgesteld conform de aangifte vanwege overschrijding van de aanslagtermijn.
Het Hof stelde vast dat voor een minderheidspakket aandelen de intrinsieke waarde niet de juiste maatstaf is, omdat dit geen doorslaggevende invloed geeft op het beleid van de BV. De waarde moet vooral worden bepaald op basis van de rendementswaarde, gecorrigeerd met de intrinsieke waarde volgens een formule: tweemaal de rendementswaarde plus eenmaal de intrinsieke waarde gedeeld door drie. Omdat de rendementswaarde tendentieel nihil was, kwam de waarde uit op een derde van de intrinsieke waarde.
Verder oordeelde het Hof dat de inspecteur niet verplicht is de aanslag vast te stellen conform de aangifte bij overschrijding van de wettelijke termijn en dat geen sprake was van schending van de beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 25 november 2005 en bevatte een uitgebreide motivering over de waardering van aandelen en de fiscale procedure.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.