ECLI:NL:GHAMS:2005:AV0803
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van vergoeding voor verloren in bruikleen gegeven goederen
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV die een schip exploiteerde, ontving een deel van een verzekeringsuitkering als vergoeding voor verloren gegane privégoederen die in bruikleen aan de BV waren gegeven. De inspecteur kwalificeerde dit bedrag als verkapte winstuitdeling en verhoogde het belastbare inkomen.
Het Hof stelde vast dat de bruikleenovereenkomst tussen belanghebbende en de BV bestond, maar dat er geen afwijkende afspraken waren over vergoeding bij verlies. De BV was schadeplichtig voor de marktwaarde van de goederen ten tijde van het in bruikleen geven, niet voor de nieuwwaarde.
De marktwaarde werd door het Hof vastgesteld op 30% van de nieuwwaarde, wat leidde tot een correctie van het belastbare inkomen. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en stelde de aanslag dienovereenkomstig vast. Daarnaast werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 359.457.