ECLI:NL:GHAMS:2005:AV2148
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Fasseur
- De Winter
- Bronkhorst
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid OM wegens strafrechtelijke onvolgbaarheid rechtspersoon Drank- en Horecawet overtredingen
De verdachte, een rechtspersoon, werd ten laste gelegd dat zij in 2001 meermalen in strijd met de Drank- en Horecawet had gehandeld. De wetgeving destijds, inclusief artikel 45 (oud) van de Drank- en Horecawet, stelde rechtspersonen niet strafrechtelijk aansprakelijk voor overtredingen van deze wet. Hoewel artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafrecht sinds 1976 strafbaarheid van rechtspersonen regelt, geldt dit niet als lex specialis ten opzichte van de Drank- en Horecawet.
Het hof oordeelt dat het openbaar ministerie daarom niet ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte voor de tenlastegelegde feiten. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het oordeel van het hof betreft en het openbaar ministerie wordt niet ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen na behandeling van het hoger beroep en diverse zittingen in eerste aanleg en hoger beroep. De wetsgeschiedenis en memorie van toelichting ondersteunen dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen onder de Drank- en Horecawet pas met latere wetswijzigingen is beoogd, maar destijds niet was gerealiseerd.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van de rechtspersoon wegens overtredingen van de Drank- en Horecawet.