ECLI:NL:GHAMS:2006:AV1424
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- N. van Lingen
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Verbod op openbaarmaking persoonsgegevens bij boetebesluit zolang beroep niet onherroepelijk is
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de toezichthouder effectenverkeer ([X]) bevoegd is om de naam, het adres en de woonplaats van de boetegerechtigde ([Y]) openbaar te maken voordat het beroep tegen het boetebesluit onherroepelijk is geworden. [X] had aan [Y] twee bestuurlijke boetes opgelegd wegens tekortkomingen in de informatieverstrekking over een effectenleaseproduct. [Y] stelde beroep in tegen het boetebesluit, waarover nog geen uitspraak was gedaan.
De voorzieningenrechter had reeds geoordeeld dat openbaarmaking van persoonsgegevens bij de boete niet is toegestaan zolang het beroep loopt. [X] stelde dat de openbaarmaking een discretionaire bevoegdheid is die direct na oplegging van de boete kan worden uitgeoefend, ook tijdens het beroep. Het hof volgde dit niet en oordeelde dat de opschortende werking van het beroep ook geldt voor de openbaarmaking van persoonsgegevens.
Het hof benadrukte dat het doel van de publicatie niet straf is, maar waarschuwing en normoverdracht. Het hof verbood [X] om persoonsgegevens te publiceren zolang het beroep niet onherroepelijk is, onder dreiging van een dwangsom. Tevens werd de proceskostenverdeling geregeld en het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en vervangen door dit arrest.
Uitkomst: Het hof verbiedt de toezichthouder om persoonsgegevens van de boetegerechtigde openbaar te maken zolang het beroep tegen het boetebesluit niet onherroepelijk is.