ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2218
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroeck
- F.J.H. Rutgers van der Loeff
- W.R. Rosingh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens medeplegen doodslag tijdens gewelddadige beroving
Verdachte had samen met een medeverdachte het plan opgevat om het slachtoffer te beroven nadat hij wist dat het slachtoffer een aanzienlijk geldbedrag bij zich had. Tijdens de beroving sloeg de medeverdachte het slachtoffer meerdere malen met een steen op het hoofd, waarna verdachte het slachtoffer beroofde en in hulpeloze toestand achterliet. Het slachtoffer overleed later in het ziekenhuis.
Het hof oordeelde dat verdachte zich willens en wetens blootstelde aan de aanmerkelijke kans dat het geweld tot de dood van het slachtoffer zou leiden en daarmee medepleger was van doodslag. De verdediging voerde aan dat verdachte niet opzettelijk had gehandeld met betrekking tot de dood, maar dit werd verworpen.
Na vernietiging van het vonnis van de rechtbank, legde het hof een gevangenisstraf van negen jaar op, lager dan de twaalf jaar in eerste aanleg, mede gelet op de straf voor de medeverdachte en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag tijdens een beroving.