ECLI:NL:GHAMS:2006:AW3060
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- M.E. van Hilten
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek terugbetaling douanerechten wegens termijnoverschrijding zonder overmacht
Belanghebbende diende een verzoek in tot terugbetaling van douanerechten voor textielgoederen uit Bangladesh over de periode februari 1997 tot en met december 1999. De inspecteur wees het verzoek gedeeltelijk af vanwege termijnoverschrijding voor de maanden januari tot en met oktober 1999. Belanghebbende voerde aan dat overmacht of toeval de termijnoverschrijding rechtvaardigde en dat op grond van een beschikking van de Europese Commissie teruggaaf ook bij termijnoverschrijding mogelijk was.
Het Hof overwoog dat de termijn van drie jaar voor teruggaaf op grond van artikel 236 van Pro het CDW verstreken was en dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat overmacht of toeval aan de termijnoverschrijding ten grondslag lag. De subsidiaire stelling dat het verzoek op grond van artikel 239 van Pro het CDW moest worden behandeld, faalde eveneens. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat geen vergelijkbare situatie was aangetoond.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak en verklaarde het verzoek voor de periode januari tot en met oktober 1999 niet-ontvankelijk. Tevens werden de proceskosten aan de inspecteur opgelegd. De beslissing bevestigt dat strikte termijnen gelden voor teruggaaf van douanerechten en dat uitzonderingen slechts gelden bij voldoende bewijs van overmacht of toeval.
Uitkomst: Het verzoek om terugbetaling van douanerechten over januari tot en met oktober 1999 is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder bewijs van overmacht of toeval.