ECLI:NL:GHAMS:2006:AW3551
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- M.E. van Hilten
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse douane tot inning van douanerechten en omzetbelasting bij onttrekking goederen onder douaneregeling
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte aangifte voor extern communautair douanevervoer van een zending knoflook uit China naar Italië. De inspecteur stelde uitnodigingen tot betaling van omzetbelasting en douanerechten vast omdat de goederen niet waren aangeboden bij het douanekantoor van bestemming en vermoedelijk aan het douanetoezicht waren onttrokken.
Belanghebbende voerde aan dat de goederen wel in Italië waren afgeleverd en dat Nederland daarom niet bevoegd was tot inning. Tevens stelde zij dat het bezwaarschrift als verzoek om kwijtschelding had moeten worden behandeld. De inspecteur betwistte dit en stelde dat de plaats van onttrekking niet was vastgesteld, waardoor de douaneschuld in Nederland was ontstaan en Nederland bevoegd was tot inning.
Het hof volgde de inspecteur en oordeelde dat de onttrekking had plaatsgevonden op een niet vast te stellen plaats, waardoor artikel 215 van Pro het CDW van toepassing is en Nederland bevoegd is de rechten te innen. Het hof verwierp het beroep op artikel 239 CDW Pro omdat het bezwaarschrift niet voldeed aan de vereisten voor een verzoek om kwijtschelding. Ook werden geen beginselen van behoorlijk bestuur geschonden door de inspecteur.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitnodigingen tot betaling bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitnodigingen tot betaling blijven in stand.