ECLI:NL:GHAMS:2006:AX3550
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Rutten-Roos
- M.A. Goslings
- Ch.E. du Perron
- Rechtspraak.nl
Medische aansprakelijkheid bij tangverlossing en toepassing omkeringsregel
In deze zaak staat medische aansprakelijkheid centraal rondom een tangverlossing waarbij schade aan het kind is ontstaan. Het hof heeft eerder tussenarresten gewezen en oordeelt dat de gynaecoloog (X) een beroepsfout heeft gemaakt door de tangverlossing voort te zetten terwijl het hoofdje bij de eerste tractie niet volgde en de tang afgleed, zonder weeënremmende middelen toe te dienen. De omkeringsregel is van toepassing omdat de norm strekt tot het voorkomen van schade aan het kind en aannemelijk is dat het letsel tijdens de geboorte is ontstaan.
De bewijslevering richtte zich op het tegenbewijs van X dat het letsel ook zonder de beroepsfout zou zijn ontstaan. Getuigenverklaringen van hoogleraren gynaecologie bevestigen dat het toedienen van weeënremmers in de gegeven omstandigheden had kunnen leiden tot verbetering van de conditie van het kind. X is echter niet geslaagd in het leveren van dit tegenbewijs.
Het hof overweegt dat de schadevergoeding beperkt moet blijven tot de schade die het gevolg is van de beroepsfout bij de tangverlossing en niet de schade door foetale nood door navelstrengcompressie omvat. Verder wordt het gevorderde voorschot van EUR 45.378,- toegewezen en wordt X veroordeeld tot vergoeding van de schade die C heeft geleden, lijdt en zal lijden, te bepalen bij staat en vermeerderd met wettelijke rente. De kosten van de procedure worden aan X opgelegd.
Uitkomst: X wordt veroordeeld tot schadevergoeding aan C wegens beroepsfout bij tangverlossing, met toepassing van de omkeringsregel.