ECLI:NL:GHAMS:2006:AX7755
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid van kaaswinkels voor stakingswinstvrijstelling
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden via een vennootschap onder firma meerdere kaaswinkels en markten. De vraag was of deze winkels als afzonderlijke ondernemingen gelden voor toepassing van de stakingswinstvrijstelling bij verkoop.
Het Hof stelde vast dat de winkels organisatorisch, administratief en commercieel zelfstandig opereren, met eigen administratie, personeelsbeleid, verzekeringen en assortiment. De winkels werden onder verschillende namen gedreven en het publiek werd niet gewezen op andere vestigingen. Hierdoor kwalificeren zij als zelfstandige ondernemingen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De winkel te S, die in 1994 werd verkocht aan een franchisenemer, valt niet langer onder de vennootschap onder firma. De relatie is sindsdien beperkt tot leverancier en dienstverlener, waardoor voor deze winkel geen recht op stakingsvrijstelling meer bestaat.
Het Hof verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, corrigeerde de aanslag door de stakingsvrijstelling voor de winkel in R toe te passen, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van zelfstandigheid van bedrijfsentiteiten voor fiscale vrijstellingen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is gedeeltelijk gegrond verklaard en de aanslag verminderd met toepassing van de stakingsvrijstelling voor de winkel in R.