ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3391
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en aftrek buitengewone uitgaven in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende stelde beroep in tegen een aanslag inkomstenbelasting 2002, waarbij het belastbaar inkomen was verhoogd door de inspecteur. Het geschil betrof vooral de aftrek van buitengewone uitgaven, waaronder ziektekosten en chronische ziekte. Belanghebbende had beroep ingesteld bij twee gerechtshoven wegens onzekerheid over bevoegdheid na verhuizing naar Duitsland.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat het bevoegd was, ondanks dat het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch eerder niet-ontvankelijk had verklaard wegens niet-betaling griffierecht. Het hof vond dat een behoorlijke procesorde vereist dat belanghebbende haar beroepsmogelijkheid bij het bevoegde hof niet verliest door zekerheidshalve beroep bij twee hoven in te stellen.
De aftrek van buitengewone uitgaven werd beoordeeld aan de hand van de wettelijke drempel van 11,2% van het verzamelinkomen. Hoewel belanghebbende een bedrag aan ziektekosten opvoerde dat deze drempel overschreed, werd het beroep afgewezen omdat reeds rekening was gehouden met een hogere aftrek in de bezwaarfase. Ook de berekening van de aanslag werd door het hof als correct beoordeeld.
Proceskosten werden toegekend aan belanghebbende wegens het ontbreken van een motivering in de bezwaarfase en gemaakte kosten. Het hof verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het gestorte griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het Gerechtshof Amsterdam is bevoegd.